Desiree blogt

Follow my blog with bloglovin

So Long, Farewell, Auf Wiedersehen, Goodbye

Deze blog is geschreven op 16 oktober 2012 voor Universonline.

… om maar even in Sound of Music stijl af te sluiten. Want na vandaag zullen mijn schrijfsels niet meer op Universonline worden gepubliceerd. 1, 2, 3 met z’n allen even dramatisch: ….aaaahh. Jawel, het is inderdaad jammer, maar er is een tijd van komen en van gaan hè (er moet minstens één cliché in een afscheidsblog). 1 jaar en 8 maanden heb ik het bij de Univers uitgehouden en vulde ik uw scherm met stukjes over onder andere brandnetelkaas bij de Esplanade, gebouw P (aka het doolhof van de universiteit), Spot Arnoud (volgens mij is mr. Arnoud nog steeds op de universiteit te spotten overigens, maar dat levert inmiddels geen boekenbon of krat bier meer op) en mijn jaar in Londen. Het was me een waar genoegen. Dat u het maar met plezier heeft gelezen. Of überhaupt heeft gelezen.

En nu vraagt u zich natuurlijk af waar ik dan wel niet heen ga. Naar het Venetië van het noorden als ik de Daily Express mag geloven. Daarmee bedoel ik dan Amsterdam. Vorige keer schreef ik dat ik op zoek was naar een baan en dat is inmiddels niet meer het geval, want een paar dagen na die desbetreffende blog en een aantal sollicitatiegesprekken verder kan ik mezelf rekenen tot werkend Nederland (of nou ja, bijna: ik begin volgende week maandag). De carrièrebeurs kon ik overslaan, de sollicitatiebrieven liet ik achter me liggen en mijn LinkedIn status ‘op zoek naar een baan’ kon ik deleten. Amsterdam dus. Mocht je me tegen komen, dan mag je best even zwaaien. Ik ken daar namelijk ook nog nauwelijks mensen. Misschien handig als je dan ook even ‘Hé, ben jij niet die ene van de Univers’ roept, voordat ik ga denken dat er in Amsterdam allemaal vreemde zwaaiende mensen zijn.

Ik heb hier overigens nog een stokje liggen. En die mag jij van mij overnemen. Kost niks en je hoeft het niet eens persoonlijk op te komen halen. Kan gewoon digitaal. Jij kan hier namelijk gaan bloggen. Jawel, jij daar, beste lezer. Dat is best leuk kan ik je vertellen. Online met je mening en observaties strooien. En ook nog een kerstborrel (zo ver deze nog niet is geschrapt door bezuinigingen). Maar ook zonder kerstborrel is bloggen voor Univers de moeite waard. Dus klim in je toetsenbord (pen is ouderwets) en schrijf die wonderbaarlijk grappige, opvallende, leuke verhalen van je op. En niet onbelangrijk: stuur die dan even naar univers@uvt.nl. Vind ik leuk, om in Facebooktermen te spreken.

Rest mij niet anders dan te zeggen: dag beste lezer, het ga je goed (denk hier even zo’n Land van Ooit-buiging bij, mocht je daar ooit geweest zijn)

Comments

The world at your feet

Deze blog is geschreven op 17 september 2012 voor Universonline.

“Whilst studying abroad you will study hard, but you will also enjoy your free time: dancing the tango, climbing the Table Mountain, or surfing the waves of the Pacific Ocean.” Aldus de website over studeren in het buitenland van Tilburg University. Dat heb ik weliswaar allemaal niet gedaan, vanwege het feit dat de Tafelberg nu eenmaal niet in Londen ligt en het op de Thames een beetje moeilijk surfen is. Maar er waren zat andere leuke dingen die ik heb meegemaakt in Londen: van een weekend bij een Engels gastgezin wonen tot de Queen’s jubilee en van in het stadion zitten bij de openingsceremonie van de Paralympische Spelen tot tapdansen (de tango doe ik wel een andere keer). Ik heb mezelf een Engels accent aangemeten, weliswaar niet van Emily Blunt-niveau, maar het is toch best aardig. Scones, cake, Sunday Roast, pastries en porridge; ik heb het allemaal gegeten. Het Engels ontbijt heb ik vermeden: witte bonen in tomatensaus op de vroege ochtend… nee mensen, er zijn grenzen, zeg ik dan. Vrienden en kennissen uit Ierland, Zuid-Afrika, Brazilië, Polen, Duitsland en Oostenrijk kunnen maken. Alle theatershows die je wilt zien daadwerkelijk ook gaan kijken (ik heb toch maar mooi even dé Danny DeVito op toneel gezien. Ja, dé Danny DeVito, u leest het goed). Mijn dagen in de British Library slijten (studeren moet immers ook gebeuren, want ik herhaal: “whilst studying abroad you will study hard”). Een jaar lang tegen de Big Ben, London Eye, St. Paul’s Cathedral en Westminster Abbey aanstaren. Ik kan het allemaal van mijn to-do list afstrepen. En dan heb je inderdaad zoals Tilburg University dat dan zo lekker cliché (maar waar, ik moet het ze nageven) schrijft ‘the time of your life’.

Mijn tijd in Londen zit er nu op. Klaar, over, finished, finito. Ik ben inmiddels weer terug in mijn oude woonplaats Eindhoven en dat is toch wel even wat anders dan Londen. Of zoals mijn vader zei toen we onze wijk binnen reden: “Ik zie je kijken met een gezicht van: wat voor gat is dit?!”

En nu? Op zoek naar een baan. Ik ben al volop op zoek en vele brieven zijn al geschreven. Ik voel me bijna de Queen of sollicitaties. Geduld is een schone zaak zeggen ze dan, want we weten allemaal dat de banenmarkt niet echt gezellig is voor starters. Tot die tijd dat ik een baan gevonden heb, ga ik in ieder geval verder met solliciteren en kan ik terugkijken op een fantastisch jaar in Londen. Ik raad je aan hetzelfde te doen. En dan bedoel ik dus dat studeren in het buitenland. Ga de tango leren dansen tijdens studeren in Argentinië, de Tafelberg beklimmen en onderzoek doen in Zuid-Afrika, ga studeren in New York, Londen, Sydney of van mijn part Honolulu in Hawaii. Maar ga vooral, want inderdaad “the world is at your feet”.

Comments

De Olympische Openingsceremonie: de highlights

Deze blog is geschreven op 30 juli 2012 voor Universonline.

Laten we zeggen dat de openingsceremonie Brits was, erg Brits. We begonnen met een lesje geschiedenis beginnend ergens in de Pride & Prejudice tijd – aan de kostuums op te maken – en we gingen richting de industriële revolutie. De groene oase veranderde al snel in een industrieel gebied waarbij de schoorstenen uit de grond schoten. Vijf ringen werden gesmeed en die werden uiteraard in de lucht verenigd tot het Olympisch logo waar het vuurwerk uitspatte. Elke twitterende Brit deelde even met de wereld dat ze op dat moment “so proud to be British” waren.

Voor de meer hedendaagse ‘look and feel’ kregen we op basis van een avondje uit van een groep meiden en jongens (aka ‘the lads’) een reisje door de muziekgeschiedenis van de Britten. Meisje A verloor haar telefoon en jongen B vond hem. Dansend op de tunes van The Beatles en Amy Winehouse vonden zij elkaar uiteindelijk nadat hij haar gebeld had. Ja, wij vonden het ook enigszins vreemd dat zij ineens een andere telefoon had, maar goed we zullen niet over de details gaan zeuren. En zo ging zij van Facebookstatus ‘single’ naar ‘in a relationship’. Eind goed al goed.

Machtig moment van de avond was het optreden van de Queen herself. Mr. Bond kwam Buckingham Palace binnen om de koningin op te halen voor de ceremonie. Menig OMG’s zullen in de UK geklonken hebben toen de koningin zich omdraaide en het ook daadwerkelijk onze Lizzie bleek te zijn. Met een zeer koelbloedig ‘Good evening Mr. Bond’ was de eerste acteerrol van de Queen een feit (en laten we wel wezen: dat deed ze niet onverdienstelijk)

En dan natuurlijk al die landen die door het stadion hun ererondje maakten met de vlaggen. Vele landen waarvan de meerderheid van de wereldbevolking nog nooit heeft gehoord – laat staan de locatie ervan kan noemen – kwamen voorbij. Diverse vlaggenzwaaiers waren zo enthousiast dat de twee personen die ernaast liepen bijna een vlaggenmast tegen hun hoofd aan kregen. De opvallende outfits boden ook genoeg gespreksstof: de Duitsers hadden roze en blauwe jasjes aan (welke designer vond dit matchen met de Duitse vlag mag ik u vragen?), de Amerikanen leken van de plaatselijke scouting te komen, klaar om koekjes te gaan verkopen (maar wel Ralph Lauren, dat dan weer wel), en wij Nederlanders hadden grote tulpen opgespeld. Maxima en Willem-Alexander stonden enthousiast te zwaaien met hun oranje sjaaltjes (Kate en Camilla, zo hoort het) terwijl de koning van België totaal gemist leek te hebben dat zijn team voorbij kwam. Ook de Queen kwam niet al te charmant in beeld toen team GB langs kwam: ze had nauwelijks oog voor de sporters (of zoals haar alter ego op Twitter meldde: “Yes, one was tweeting just then. Awkward”).

Nog een speech van een man met de meest monotone stem van de UK, de vlam werd binnengehaald en Paul McCartney (waarvan al snel bleek dat hij toch wel zijn beste tijd heeft gehad) zong nog even ‘Hey Jude’, vuurwerk ét voilà: je hebt een Olympische Openingsceremonie die genoeg gespreksstof bij de watercoolers zal hebben opgeleverd afgelopen maandag.

Comments

Waarom blog ik eigenlijk?

Een tijdje geleden vroeg collega-blogger Mike of ik een enquête wilde invullen over mijn redenen voor bloggen (daar schreef hij trouwens een artikel over wat hier te lezen is). Goed, ik ben de moeilijkste niet en ik heb er best wat voor over om de wetenschap verder te brengen.

Laat ik eens bij het begin beginnen: mijn eerste blog schreef ik op 6 februari 2010. Inderdaad dat is alweer bijna 2,5 jaar geleden. Ik ben toen begonnen met bloggen omdat het moest voor het vak ‘Media Use in Organisations’. Tien weken lang blogde ik over allerlei media gerelateerde onderwerpen van touchscreens tot zeemanboxers tot het verkrijgen van meer Twitter volgers. En dat beviel eigenlijk wel. Ik kreeg er ook leuke reacties op in de trant van “Je hebt een leuke schrijfstijl daar moet je wat mee doen”. Die blog werd vooral gelezen door vrienden en familie en ik wilde graag een groter publiek, want met miljoenen blogs in de digitale wereld, tja, probeer dan maar eens op te vallen. Dus ging ik bloggen voor Dutch Cowgirls en later Univers.

Photo by quinn.anya.

Goed, tot zover mijn bloghistorie, want het gaat hier om die ene vraag: waarom doe ik dat eigenlijk, dat bloggen? Als ik eerlijk ben vind ik het leuk als mensen mijn stukjes lezen of daarop reageren. Is dat dan een ‘egodocument’ of een ‘sociaal verlengstuk’ zoals Mike dit noemt? Een sociaal verlengstuk, ja, daar dromen wij bloggers van. Maar we weten allemaal: in de praktijk is dat het niet, want gereageerd, geliked en geshared wordt er nauwelijks. Het ligt er uiteraard aan voor welke site je blogt. Toen ik voor Dutch Cowgirls blogde werd er ook nauwelijks gereageerd, maar het werd wel veel gelezen (het laatste artikel dat ik schreef werd ruim 22000 keer bekeken) en ook regelmatig geshared. Het Universpubliek is uiteraard kleiner en minder van het sharen. En als je voor jezelf blogt, dan moet je een goede blogger zijn en ook de mazzel hebben, wil je veel gelezen worden. Vinden wij bloggers het jammer dat onze creatieve hersenspinsels soms weinig gelezen worden of dat er regelmatig geen ‘Like’ of reactie afkan? Uiteraard. Ik zeg altijd zo: mijn doel is dat mijn blogs gelezen worden en dat mensen plezier beleven aan het lezen daarvan. Als ze niet gelezen worden, kan ik net zo goed een dagboek beginnen en ik heb twee keer een hopeloze poging gedaan, maar die dagboeken liggen inmiddels weg te stoffen. En reacties en ‘Likes’ vinden wij bloggers natuurlijk leuk. Het is hetzelfde met Facebook: als je een status update plaatst wil je ook ‘Likes’ en reacties. Krijg je die niet, dan ben je toch teleurgesteld (wees eerlijk, zo is het toch). Ene Jenna uit de USA heeft in mijn beginperiode van bloggen eens een reactie achtergelaten naar aanleiding van mijn teleurstelling over het gebrek aan reacties: “People most of the time only place comments if they don’t like what they are reading. So I would like to give you some advise: no news is good news! Don’t be sad if no one reacts on your blogs. That is just a good sign!” Ik ben er toen eens op gaan letten en inderdaad, meestal reageren mensen als ze het er niet mee eens zijn, want een reactie als “Joh, leuke blog” voelt voor vele mensen toch als nutteloos. Maar dan denk ik toch bij mezelf: daar is de ‘Like’ button voor uitgevonden en die wordt ook niet gebruikt. Het is een lastige kwestie, u begrijpt het.

Een andere reden voor bloggen is de ervaring. Van bloggen leer je veel. Zeker voor Dutch Cowgirls bleef ik goed op de hoogte van alle laatste digitale trends. Daarnaast ontwikkel je een eigen schrijfstijl. Het staat toch leuk op je CV, waar ze tegenwoordig steeds meer van verwachten, dat ik naast dat ik door mijn studie het nodige weet van digitale media, toch ook heb bewezen dat ik best aardig kan schrijven.

En goed, de ‘gewoon leuk’ reden is ook wel herkenbaar. Ik vind schrijven namelijk ook leuk en het voordeel is dat woorden (als ik eenmaal een idee heb) zeer gemakkelijk uit mijn typende vingers tevoorschijn komen. Ik vind het een uitdaging om elke keer weer met wat leuks te komen en mijn blog zo entertainend mogelijk te maken. Het moet allemaal niet te serieus zijn, ben ik van mening. Bloggen met een glimlach of een knipoog, daar houd ik van.

Toch vraag ik me soms wel eens af waarom ik het doe als ik weer in mijn agenda zie staan dat het weer tijd is om een blogje te tikken (zeker bij een gebrek aan inspiratie, wat betekent dat het toch allemaal wat meer moeite kost). Het gebrek aan reacties, ‘Likes’, shares of überhaupt gelezen te worden, knaagt regelmatig. Waarom ben ik er dan toch nog niet mee gestopt? Wellicht is het toch ijdelheid, dat egodocument inderdaad. Bestaansrecht kan je het ook noemen. Ik mag immers bloggen over wat ik wil en met mijn mening strooien op het web. En zoals Mike dan zegt: elke lezer is een leuke bonus. Ik ben het weliswaar niet eens met dat dit niet vitaal van belang is, omdat we toch wel blijven bloggen. Want dan kom ik terug op mijn dagboekargument: als het niet gelezen wordt, dan kan je net zo goed een dagboek beginnen en daar doe ik niet aan.

Comments

De witte driekwart legging: we nou?

Deze blog is geschreven op 3 juli 2012 voor Universonline.

In de categorie lekker belangrijk: afgelopen week was er nogal wat ophef over de witte driekwart legging. ‘Weg met de witte driekwart legging’, ‘De driekwart legging verbannen?’ kopten de kranten. Twitteraar Jeroen Bosman was een offensief gestart tegen het kledingstuk met zijn Facebookpagina ‘Stop de witte driekwart legging nu’, want die witte legging kon écht niet meer. Vanuit esthetisch oogpunt dan hè, dat die legging best lekker zal zitten, daar hebben we het niet over.

Volgens mij is meneer Bosman nog nooit in Londen geweest, want dan zou hij wel weten dat die driekwart legging echt niet zo’n probleem is. Londen kan dan misschien wel bekend staan als modestad met Londen fashionweek en shoppingreisjes naar deze hoofdstad, ik kan je vertellen dat Londen helemaal geen modestad is. Eerder modeflaterstad. Maik de Boer, Dani Bles en de andere modestylisten van Nederland zullen nu wel boze brieven naar de Univers sturen vanwege deze uitspraak, maar het is zo. Als ik dagelijks zou gaan bijhouden hoeveel ik ‘Dat kan toch niet’-momenten heb, dan zou ik geen leven meer hebben. Ter indicatie: op weg naar de universiteit is dat minstens vijf keer (dat is in ongeveer een uur). Goed, ik heb ook niet de vriendenkring of dezelfde woonomgeving als Victoria Beckham of Kate Middleton, maar toch. Die witte driekwart legging onder een rokje? Hier worden leggings gedragen zonder iets erop. Doorschijnend en al. Met en zonder cellulitis benen. Dik en dun. Dat doet allemaal maar. Gisteren gespot: een man in zwarte plooirok tot boven de knie (en nee het was geen Schot). Waar ik nog steeds een trauma aan heb: man met skinny panterjeans. Je maakt het hier allemaal mee.

Die witte legging vind ik dus geen probleem. Sterker nog: ik ben dol op mijn witte driekwart legging. Sue me. Uit protest draag ik em vandaag. En ik heb ook een bruine en zwarte. Bel de krant!

Knalgele Zeemanboxers waren een tijd geleden je van het, Uggs zijn nog steeds hip en ook sokken in sandalen worden nog steeds gespot. Ik stel voor dat we met z’n allen even onze ‘Pijn aan mijn ogen’-modefrustraties bij deze uiten (reageer, Tweet, Facebook, krabbel voor de Hyvers onder u, schrijf een brief naar de Amsterdam Fashion Week) en dan kunnen we weer verder met de belangrijkere dingen in het leven. Met of zonder witte driekwart legging. Dat is aan u.

Comments

Zwaaien naar de koningin

Deze blog is geschreven op 5 juni 2012 voor Universonline.

De Engelse koningin Elizabeth zit al 60 jaar op de troon (Beatrix heeft dus nog wel even). Reden voor een feestje. Vier dagen lang is het compleet normaal om met Engelse vlaggetjes in je haar te lopen, straatfeestjes te geven en zoveel Marmite te eten als je maar kan. En op zondag was het hoogtepunt van deze vier doldwaze dagen: de Thames botenvaart. Het zou de grootste processie in 300 jaar zijn met duizenden boten.

Om half twee stonden we langs de Thames; twee uur voordat hare majesteit langs zou komen varen. Hoewel, ik moet dit wellicht anders formuleren: we stonden in de buurt van de Thames, want het stond ramvol. Mensen met trapjes, verrekijkers en boodschappentassen vol lekkers (waarom hadden wij hier allemaal niet aan gedacht?!) waren er helemaal klaar voor. Alles voor onze Queen Lizzie. We hadden zelf ook maar twee Engelse vlaggetjes gekocht. Konden we gezellig mee wapperen met de meute.

En zoals dat dan gaat met dit soort festiviteiten, praat je met iedereen mee. “I think we should sing God save the Queen”, zegt de vrouw naast me. “Marion, why don’t you start and we’ll sing along”. “Or should we sing ‘You’ll never walk alone’?”. “That one I know”, zeg ik. “No, God save the Queen is better. You’ll pick it up, it’s dead easy”. “Marion, which key shall we sing? E-flat?”. Alvast hummend bewegen we ons verder naar voren, want er zijn hekken weggehaald. Ik sta zo op rij 3/4 en zie zowaar wat stukjes van de Thames. Mijn medegezelschap is door de drukte meer naar rechts geduwd. De man naast me vraagt of ik van plek wil wisselen zodat ik bij hen kan staan. “I am fine, thanks sir”, zeg ik (ik had eindelijk een beetje zicht). “It’s a matter of friends or the view now, isn’t it?”, zegt hij. “You got that right”, zeg ik. “No offence”, roep ik naar mijn vrienden (ik herhaal: eens in de 300 jaar).

“She’s coming!”, wordt er geroepen. Vlaggetjes worden gewapperd, fotocamera’s uit tassen gehaald en ‘God save the Queen’ wordt serieus ingezet. En ach, kan mij het schelen, ik zwaai en zing vrolijk mee. Een minuut later is ze al uit zicht (zover je überhaupt zicht had). “Did you see her?” vraagt iedereen aan elkaar. “She was that white ball”, zegt de man achter me (van verre is dat immers niet helemaal duidelijk).

Ik sluit mijn middag af met een onofficiële recordpoging zoveel mogelijk mensen in de metro proppen. Mijn vlaggetje is doorweekt en mijn voeten bevroren, maar het maakt me allemaal niet uit. Ik heb de Queen tijdens de botenvaart “gezien”. Eens in de 300 jaar hè, dat je het weet.

Comments

Een prangend vraagstuk

Deze blog is geschreven op 8 mei 2012 voor Universonline.

Londen of Nederland, Nederland of Londen… er gaan momenteel bossen bloemen bij mij er door heen met dit vraagstuk à la ‘hij houdt van me, hij houdt niet van me’. Het zit namelijk zo, beste lezers, de grote werkende mensenwereld staat om de hoek. En niet de hoek van een paar straten verderop, maar meteen als ik de deur van mijn kamer open. Over vier maanden ben ik afgestudeerd (jawel, die hakt erin, helemaal als je het opschrijft) en dat is natuurlijk nogal wat. Ik zal op zoek gaan naar een baan. In tegenstelling tot vorig jaar weet ik inmiddels wel wat ik wil gaan doen. Dat helpt uiteraard bij zoeken, dus dat is mooi meegenomen.

Maar dan heerst er nog die prangende vraag: blijf je in Londen om hier te werken of ga je terug naar Nederland? Laat ik voorop stellen dat ik Londen fantastisch vind. Ik kan binnen 40 minuten naast de Big Ben staan, ik bedoel maar. Daarnaast zijn ze hier iets verder in de digital/social media marketing, waarin ik verder wil. Maar zoals Johan Cruijff zo mooi zei: “Elk voordeel heb z’n nadeel”. Of is het nu andersom? A fijn, wat ik wil zeggen: mindere kanten zijn er uiteraard ook. Die belachelijk dure prijzen bijvoorbeeld. Ter illustratie: in mijn huis is momenteel een kamer vrij ter grootte van de bezemkast van Harry Potter (en dat meen ik dus serieus) voor een charming prijsje van 715 pond per maand. Dus u snapt mijn punt (maar kom gerust bij ons wonen; leuke huisgenoten zijn altijd wenselijk). Dan zijn er natuurlijk ook nog de vrienden en familie die in Nederland wonen. Londen is weliswaar niet het einde van de wereld, maar elke keer naar huis vliegen is ook duur. Hierbij verwijs ik weer naar mijn vorige punt: het is hier al duur genoeg.

En dan is daar dus Nederland. Met al die mensen en lekkere etenswaren (ontbijtkoek anyone?) die ik hier moet missen. Vooral Amsterdam en Utrecht spreken me aan, want dat vind ik dan nog de minst grote overgang qua stad. Van de Big Ben naar De Westertoren of De Dom. Dat kan nog, denk ik dan. Breda, Den Bosch en Haarlem/Eindhoven vullen de rest van de top 5 (excuses, Tilburg haalde mijn befaamde top 5 net niet).

Wat gaat het worden, wilt u weten? De ene week trekt Londen me meer, de andere week ga ik toch liever terug naar Nederland. Dus. Het zal er dan toch aan liggen waar ik die leuke baan kan krijgen.

Weet u wat: Ik spreek u over vier maanden weer.

Comments

Doet u mij maar een enkeltje ver weg

Deze blog is geschreven op 10 april 2012 voor Universonline.

Ik heb iets met vliegvelden. Niet dat ik nu op zaterdagochtend om 7 uur ga vliegtuigspotten (ik weet trouwens niet eens wat de beste tijd is om dat te doen, maar goed daar gaat het niet over), nee het vliegveld op zich. Het Airport-gevoel noem ik het. Of het vliegveldgevoel voor de Nederlandse taalpuristen onder ons. En wat is dat nou, vraag je je wellicht af? Al die mensen met hun koffers, soms hun Aloha-bloemenkettingen of Hard Rock café T-shirts van vorige bestemmingen al aan, die weer nieuwe plaatsen gaan ontdekken. Maar vooral ook het idee dat je dat zelf kan doen. Als ik die borden met exotisch klinkende namen als Alicante, Fuerteventura, Rome Ciampino en anderen zie, heb ik de neiging om het eerste beste vliegtuig daar naartoe te nemen. Maar dat is dan ook meteen mijn probleem: ik sta hier met een ticket naar Eindhoven in mijn hand (paasdagen, familie, weet je wel). En dat klinkt lang en na niet zo exotisch. Het weer is er vast ook minder dan in Fuerteventura, waar dat ook moge liggen.

Dus check ik toch maar braaf in voor Eindhoven. Ach, dat heeft ook wel iets toch? We zijn de gekste en de slimste, zeggen ze. En dan vooral dat zeggen ze. Als we opstijgen heb ik de hoop dat de piloot toch nog links of rechts omkeert naar een of ander tropisch oord. Dat we dan gezellig met het hele vliegtuig op groepsreis gaan. Het gezelschap ziet er stuk beter uit dan mijn vorige vliegreis, dus waarom niet. Maar ik zie nog geen palmbomen of witte zandstranden vanuit mijn raampje. Wit besneeuwde bergen zou ook mogen (is immers ook leuk), maar ook dat zie ik niet verschijnen.

40 minuten later klinkt er luid getoeter uit de speakers. Niet omdat we in Bilbao of Carcassonne zijn aangekomen, maar omdat we geland zijn in Eindhoven. En op tijd, vandaar dat getoeter (wat een feest mensen). Het is grauw en grijs en het regent. Kortom, gezellig. Met mijn hoofd nog in Rome Ciampino stap ik uit op wat duidelijk geen Rome Ciampino is.

Dan zie ik een paar mensen lachend en zwaaiend achter het glas staan. Mijn familie. Lachend zwaai ik terug. Want dat hebben Rome Ciampino, Ljubljana, Pescara, Toulon en al die ander bestemmingen, waar ik die middag nog me in het vliegtuig wilde bij proppen, niet. En dat is toch ook wat waard. Las Palmas en Pisa liggen er over een maandje ook nog wel.

Comments

Breaking news on Twitter: think before your tweet

Whitney Houston’s dead, the killing of Osama Bin Laden and the U.S. Airways Flight 1549 floating in the Hudson: Twitter has quite the reputation when it comes to breaking news. It can be the first and the fastest, but that doesn’t mean that it is always true.

Twitter breaks the news

Breaking news flies on Twitter. The popular microblogging platform has reported several breaking news stories earlier than the recognized news bodies such as the BBC or CNN. In case of the New York plane crash in the Hudson, the first tweet came from Jim Hanrahan (@manolantern): “I just watched a plane crash in the hudson riv in manhattan”, just four minutes after the plane actually went down. This was followed by a photo of Janis Krums on Twitpic stating: “There is a plane in the Hudson. I am on ferry going to pick up the people. Crazy.” The mainstream media were a bit ‘slower’ picking up the story fifteen minutes later. This wasn’t the first time that Twitter was quick with reporting news events: the earthquake in China and the Mumbai terrorist attacks had already shown that Twitter is a powerful platform when it comes to news reporting.

Twitter hoaxes

So we can all trust Twitter when it comes to news? Think again. Twitter may have a reputation for breaking news stories, it also has a reputation when it comes to hoaxes: intentional distortions of the truth. An example is #seriouslyMcDonalds which became a trending topic after a photo spread on Twitter which stated that McDonald’s is charging its African-American customers an extra $1.50 ‘as an insurance measure due in part to a recent string of robberies’. The fact that the telephone number on the photo was that of enemy Kentucky Fried Chicken was something many people overlooked.  This is just one of the many hoaxes Twitter has experienced since its establishment by Obvious Corp in San Francisco in 2006. Other hoaxes include the story that American Airlines was giving away free flights to doctors to help with relief efforts in Haiti after the flood and the death of numerous celebrities such as Adele, Charlie Sheen, George Clooney and most recently Keanu Reeves.

 

What is the reason that these false stories spread so quickly making people believe they are true? I asked Dave Kerpen, CEO of award winning social media & word of mouth marketing firm Likeable Media. “Things spread very quickly on Twitter. Plus, people want to be known as the first people among their circles to be sharing the breaking news. Consequently they too share news as quickly as they can through retweets, without verifying the veracity of the news.” Social media strategist John Meulemans adds that “the character of a tweet is quick and fast. It is easy to post a tweet. We have to get used to that and not replicate something without thinking. Twitter is not a traditional medium where everything gets double checked.”

Research of Akshay Java and others states that Twitter’s encouragement to use 140 characters or less diminishes the time and thought investment of the user, and this may well be the reason that Twitter users don’t spend time on checking whether the content of a certain tweet is actually true. A survey by online PR and social media agency Simply Zesty indeed proves that 29% of all the respondents have retweeted a link without actually looking at the content of it. Furthermore, attention is a scarce resource on the web. Bernardo Huberman, professor at Stanford University, declares that users are faced with many daily tasks and a large number of social links nowadays. Because of the shortage of attention, tweets might not always be read properly and therefore not get verified.

#Carglasszuigt

A good example of this is the story of three guys from the Netherlands who wanted to show how easily people spread messages via social networks like Twitter. They started complaining about the quality of the latest advertisements of Carglass, the global vehicle glass specialist, using the hash tag #carglasszuigt (literally translated: Carglass sucks). Carglass seemed to be observing the conversation via the Twitter account @NL_carglass sending out warning messages to everyone using the hash tag #carglasszuigt that they would sue them if they continued using it. A massive stream of tweets and retweets was the result, causing #carglasszuigt to become a worldwide trending topic. However, the @NL_carglass account was not real; the three guys set it up. Once again, another success story of a hoax.

Twitter as a journalistic tool

Twitter is seen as a serious journalistic tool and the home of breaking news nowadays. Every editor of The Guardian has Tweetdeck open on their computer all the time. It is seen as a valuable instrument, because Twitter provides real-time commentary and eyewitnesses of news breaking events. “Paradigms shift. It happened with telegraph, with radio, with television, with satellite… is it happening again with the iPhone and Twitter?” questions the iPhone blog. However, when you see big news on Twitter and feel the impulse to retweet it, you might want to check whether it is true first. Even when it is retweeted by lots of other people already. Techcrunch states a true thing in this case: “While Twitter is great at disseminating information quickly, it’s just as good at disseminating false information quickly. And if a lot of people are saying it — as thousands are here — it must be true, right? Wrong.” And in that case the mainstream media still have the superiority, urging their journalists to do a reality check on the news they read online to make sure the truth is the only thing being reported.

- Thanks to Dave Kerpen and John Meulemans for their contribution.

Comments

Journalists in a changing media landscape

The media landscape is significantly changing. Newspapers see their subscriptions drop, but online visitors are rising. Social media plays an important role in this movement. Not only the behaviour of newsreaders is changing, journalism itself is. I asked Titia Ketelaar and Arjen van der Horst, both correspondent in London for respectively Dutch news organizations NRC and NOS, about how they use social media for their work and how they see the future.

How do you use social media for your work as a journalist? Which platforms do you use?

Titia: I use Twitter to keep up to date about news events and certain opinion formers in the UK and Ireland, and to get ideas. For example, I created a list in Tweetdeck about the Olympic Games this year. Furthermore, I get in contact with people via Twitter. I also use LinkedIn in this case and it also is my business card and to check where certain people worked. I keep Facebook for personal use.

Arjen: I use Twitter the most, because it serves several purposes for me: I publicize the British news, I point out interesting articles or reports, answer questions from followers and announce my own work for radio and TV. I sometimes use Twitter to find certain people. Facebook is more for personal use, though it can be a convenient tool to find people. Finally, I keep my own Wordpress blog up to date: http://weblogs.nos.nl/londen

In what way do you manage your own social media presence on a daily basis?

Titia: In the morning I start with one or two tweets giving an overview of the newspapers. It is also dependent on what happens that day and what I do. When Kate and William got married my Twitter feed was integrated with all the other news on www.nrc.nl - the internet editors tend to use my feed as a sort of commentary on the British and Irish news.

Arjen: I use Twitter on a daily basis, though the intensity depends on the news and my own work. I have less time for Twitter when I am busy with research, montage or travelling. I twitter the most on calm days (then I have more time to read the newspapers and point out interesting articles) or during big news events (the London riots, News International phone hacking scandal). Considering Facebook, it comes and goes. I write a blog about five times a month.

As a journalist I understand you have to be extra careful to what you share online. What are the guidelines you use yourself considering your online/social media behaviour?

Titia: I tweet as a correspondent of NRC in London, so I rarely tweet about things that don’t happen in the UK or Ireland or about personal matters. The same holds for my business Facebook account – you won’t see any photos of a party there. Besides, I am careful considering competition sensitive matters – I will not tell what subjects I am working on at the moment. A piece has to appear in the newspaper first (that is what subscribers pay for). In that case it is not about news facts, but background articles.

Arjen: I am free to put online what I want, although de NOS does talk about what is appropriate and what isn’t. NOS is a neutral organization and you have to be aware of that; you think twice before making a political statement. Opinion isn’t the main task of a correspondent, we are there to tell the stories and make reports.

Will journalists eventually become fact checkers because news breaks out on social media channels such as Twitter so quickly, but is also often not true (hoaxes)?

Titia: I always check, or I know the source. That is the task of a journalist – it is important that someone can separate the wheat from the chaff, especially because of the enormous amount of information that can be found online.

Arjen: Not only fact checkers, but also lock keepers. Sometimes it is import to NOT publicize certain messages. Take for example all the messages about colonel Gaddafi: it was said that he was arrested/hurt/dead/escaped and many colleagues were publicizing these messages; sometimes with the statement “this has been confirmed”. You have to think about what you tweet. Twitter is a nice medium, but it also spreads rumours, because fact checking isn’t always done. That is indeed a task for journalists.

How do you see your future as a journalist considering more people read online and the rise of social media platforms? Do you think your daily activities will change as a journalist in the future?

Titia: My daily activities already changed! Newsgathering and gathering sources changed immensely since I started in 1994 as a trainee journalist (I had coins with me to use the telephone as there was no laptop or iPhone and the internet was still in its development phase). However, the task of a journalist and journalism is getting more important. Look at what is happening in Homs: it may break through Twitter, but you still need traditional journalists to know the why, how and what is going to happen now. That is also why people still read newspapers, maybe not actual paper ones, but the sales of iPhone apps and digital editions of NRC are rising. And don’t forget that only 9 per cent of the world uses Twitter. In many parts of the world BBC World Service radio still remains the main news source.

Arjen: Newspapers and magazines will eventually cease to exist, although certain specialised newspapers (e.g. The Economist, Financial Times) may last. If there is a niche, there is a market. But everything, from written articles to video and audio, is moving towards online publicizing, and social media is becoming more important as well.

It is hard to say how the media landscape will look in the future, but it will definitely have an impact on our jobs. However, audio-visual and online media are not completely developed yet, especially if you compare it to the written media. Radio, TV and online are more news broadcasters than actual news creators. Take a look at everything that is published on Twitter: usually the news source is a regular newspaper or a journalist. Checking and searching takes time. How many times do Twitter users pick up the phone to check a news message that they spread?

It is disturbing that budgets of all media are cut down. Research journalism costs money. The possibility lies in creating revenue for online media. News consumers are used to getting the news online for free. The paper version of the Guardian is losing readers, but three million people visit their website every day. If every online visitor would pay a few pennies, it would help the Guardian out of their financial problems. We live in an information era. It is like to be unable to find a job as a stonemason in the Stone Age. We have to find a solution for that; it is however unclear what that will be.

- Thanks to Titia Ketelaar and Arjen van der Horst for their contribution.

Comments